Interview: 15 jaar festival

Classical Encounters: vijftien jaar een glansrijk festival voor kamermuziek in Den Haag
Huib Ramaer in gesprek met Eva Stegeman. Op zoek naar de wortels en haar drijfveren.

Als je terug gaat naar het begin, wat bracht je ertoe een festival op te zetten, wat heeft je altijd gedreven? ‘Samenbrengen, mensen verbinden’, ze denkt na, ‘je zoekt verbinding met de stad.’ Na een nomadenbestaan van zes jaar heeft artistiek directeur Eva Stegeman eindelijk weer vaste grond onder voeten. Een licht en ruim huis met tuin en muziekstudio in Leiden. Hier kan haar zoon Jasper nog jaren vooruit met zijn vrienden. Voetbal is al jaren zijn passie, in de hoek voor de boekenkast staat inmiddels ook een zestiende contrabas. Hij is zes jaar en speelt altijd midmid in zijn team. ‘Zo grappig, ik had zelf altijd die positie op het hockeyveld.’ Het brengt haar even terug naar haar tienerjaren. ‘Ik volgde lessen bij de befaamde vioolpedagoge Davina van Wely, maar speelde ook hockey op internationaal niveau. Er was toen nog wel twijfel. Wordt het de muziek? Of toch een studie rechten, of geneeskunde?’

Het werd de muziek, maar een teamspeler is ze altijd gebleven. ‘Ik speel ook nog steeds graag vanuit de middenpositie van de tweede viool in een strijkkwartet: samen met de altviool het spel verdelen, creatief zijn, kansen creëren en de bal rondspelen.’ Ze koppelt de hele stad aan elkaar, van mensen met prachtige privéhuizen in de mecenasconcerten, tot winkeliers voor de pop-up-concerten en de compositie-afdeling en het jonge talent van het Koninklijk Conservatorium. Allemaal kunnen ze zich laven in een warm bad van kamermuzikale topklasse.

Haar festival biedt kansen aan musici en opent vergezichten voor het publiek. Hier wordt het festival bij elkaar gebeld. Aan deze houten keukentafel, met een verdwaald blaadje bladmuziek van Bedřich Smetana’s weemoedige Z Domoviny, lichtblauwe kaarsen een aardenwerken theepot, wit met blauwe stippen. Z Domoviny, ‘Uit mijn vaderland’. Twee stukken voor viool en piano, het eerste in tempo moderato. Haar vaderland? Den Haag. Haar tempo? Prestissimo richting de aanloop naar het vijftienjarig jubileum van een fantastisch internationaal festival, in de dop nog op de bonnefooi in Duivenvoorde, nu stevig gevestigd, hoewel structurele ondersteuning een uitdaging blijft. De werving van middelen is een taaie strijd, al is het een schijntje vergeleken bij wat er bijvoorbeeld in de voetbalwereld aan geld omgaat…

Het Nederlandse muziekleven is in die vijftien jaren dramatisch veranderd. Draconische bezuinigingen. Afbraak van muziekscholen. Concurrentie van steeds agressievere media, steeds gulziger de aandacht opeisende beeldschermen, de game-industrie. Ze heeft aan haar theewater gevoeld hoe je daar het best op kunt reageren. Met je tijd mee gaan. Flexibele, speelse talenten aan je verbinden. Andere disciplines omarmen. Pakkende thema’s kiezen. Zit iedereen te worstelen van hoe geld los te krijgen van vermogende particulieren, maakt zij er een inspirerend thema van. Waarom niet? ‘De mecenas’. Van dat fenomeen met het ruime hart zijn in de muziekgeschiedenis talloze inspirerende voorbeelden te vinden.

Neem Paganini, om even bij de violisten te blijven. Het moet ergens in de winter van 1838-39 zijn geschied in Parijs. De ‘duivel van de viool’ beende de slaapkamer van Berlioz binnen waar de componist lag te kuchen van de bronchitis, liet een envelop achter en maakte zich direct weer uit de voeten. Het geplaagde genie sneed’m open en trof er een cheque van twintigduizend francs in aan. Plus een kleine notitie voor de medewerkers van de Rothschild-bank: ‘Nu Beethoven ons verlaten heeft, kan alleen Berlioz hem weer tot leven wekken.’ Paganini wilde van geen dank weten. ‘Jij, waarde Hector, hebt mij immers toegang gegeven tot emoties waarvan ik het bestaan nooit had kunnen bevroeden!’ En in een interview bekende hij: ‘Ik deed het voor Berlioz, én voor mijzelf.’ For the Love of Music. Dat is de essentie. Prachtig thema! Temeer gezien het feit dat het mecenaat de loop van de muziekgeschiedenis ook wel degelijk echt heeft beïnvloed. Kom naar Classical Encounters en het zal u duidelijk worden. ‘Ik neig altijd intuïtief in een bepaalde richting. Waar ik dan al vroeg naartoe wil, blijkt later een tendens te worden, kennelijk is de tijd er dan rijp voor.’

Waarin schuilt haar geheim? Als een professor gooit ze soms ineens een intrigerende term in het mandje: ‘serendipiteit’. Wablief?

[Serendipiteit: ‘Het door toeval en schranderheid ontdekken van dingen waar niet naar gezocht wordt’, zo muntte Horace Walpole het begrip in tijden van de 18e eeuwse Verlichting, waarin we onze afwachtend houding ten opzichte van de ons lot bestierende Heere, verlieten voor het experiment, nieuwsgierigheid en het wie weet wat er nog te ontdekken valt.]

‘Als je samenspeelt, op het podium, moet je een bepaald percentage experiment toelaten’, vertaalt Eva het begrip naar de kamermuziek. ‘Je brengt ingrediënten bij elkaar, om de kans op een onverwacht spannende uitkomst zo groot mogelijk te maken.’ Haar ingrediënten? Musici bij elkaar zetten, geweldige spelers sowieso, maar ook met een specifieke persoonlijke kracht, die sterk zijn in het onderste uit de kan halen en die met haar weten hoe met het publiek te communiceren, verbaal en non-verbaal. Ze omschrijft de pressure cooker-situatie, bij festivalrepetities als even spannend als bevrijdend. ‘Iedereen weet: de deadline van het concert is onontkoombaar. Dat geeft je adrenaline. Het blijft een gok, je hebt vaak maar vier dagen samen, maar uniek vuurwerk kan het resultaat zijn. En je moet er met elkaar uitkomen. Punt.’

Zij is de topkok, om even in kooktermen te blijven. ‘Er schuilt een grote verantwoordelijkheid in voor mij. Maanden van tevoren zit ik hier al te denken: wie zet ik bij elkaar, opdat de kans het grootst is dat ze bóven zichzelf uitstijgen? En wel zó, dat het verschil tussen live en een cd maximaal voelbaar wordt. Een cd is altijd hetzelfde. Een live uitvoering nooit.’ Het is de kunst iets te vinden wat je niet zoekt. Zoals Alexander Fleming in 1928 plotsklaps een geweldige toepassing zag voor het gedrag van het schimmeltje penicilline. Ze noemt het voorbeeld van Die Forelle van Schubert. Befaamd icoon van de kamermuziek is zijn sprankelende Forellenkwintet. Ze heeft Dominic Seldis kunnen paaien voor de contrabaspartij. Inmiddels leider van de bassectie in het Koninklijk Concertgebouworkest en geliefd op de buis. Zij had al een lijntje met hem sinds hun dagen bij het Europees Jeugd Orkest en hun studietijd in Londen. Seldis kan het weten en hij zegt: ‘Het Forellenkwintet is gebaat bij zo veel mogelijk spontaniteit en dus zo min mogelijk repetities. Als je maar wendbaar bent, dan volgt de meerwaarde vanzelf.’

Bij het maken van onstage live muziek blijkt het een proces waar niet iedere luisteraar zich bewust van is. Hoe maak je dat duidelijk aan tijdgenoten bij wie de muziek als warm water uit de kraan via de earphones zo de oorschelpen instroomt, met dank aan spotify en anders streamers? Ze heeft er een concept voor bedacht: Talking (about) music. Publiek wordt uitgenodigd bij een repetitie en mag bijvoegelijke naamwoorden strooien.
‘Dat gaat dan bij aanvang nog wat aarzelend, maar dan komen mensen op gang, bijvoorbeeld met “geheimzinnig”.’ Spelen ze een passage van twintig maten “geheimzinnig”: klap, klap, klap. ‘Dan zeg er iemand “opgewonden”, of “verdrietig”.’ Spelen ze vanuit het perspectief van die emoties, blijkt dezelfde passage totáál anders te klinken. Grote verbazing bij het publiek. Demonstratie geslaagd. Ze begonnen ermee in de Bakkerswinkel. De mensen zo dicht mogelijk op hun huid.

‘Weet je dat is mijn missie. Ik wil mensen laten voelen en ervaren: wij musici wij spelen nóóit hetzelfde. En mensen hóren dan eindelijk het verschil. Het museale van klassiek is er in één klap af. Live klassiek is hier en nu in déze tijd. En beauty is in the eye/ear of the beholder.’ Is het allemaal bedoeld voor de luisteraar? ‘Nee, óók voor de mensen op het podium, ook voor ons. We willen allemaal hetzelfde: hoe maak je de ervaring van het concert zo verrijkend mogelijk? Hoe voeg je die ervaring toe aan de stad. Dat mensen naar huis gaan en denken: dat heb ik dan toch maar weer mooi meegemaakt, een onvergetelijke ervaring in mijn eigen stad!’

Huib Ramaer